december 7, 2007...9:12 am

wintertenen – look (1)

Spring naar reacties

dscn2507.jpg

‘laatste knoflook planten!’ stond er deze week in mijn agenda. De weergoden beslisten er echter anders over: de grond is er veel te nat. In afwachting van drogere tijden, een eerste post over knoflook. Ik neem me voor een dezer ook nog iets te schrijven over de genezende eigenschappen van look, en over allerlei andere Alliumsoorten die je kan opeten.

Knoflook komt oorspronkelijk uit de uit de steppen van Centraal-Azië. Daarna volgde de plant het traject van zoveel cultuurplanten: via het Middellands zeegebied en met een beetje hulp van de Romeinen maakte hij zijn opmars naar het noorden. Ondanks zijn zuidelijke herkomst is knoflook (Allium sativum) ook hier goed te kweken.
Knoflook zaai je niet. Je vermeerdert hem door aparte lookteentjes de grond in te stoppen. Als je in de zomer volgroeide knoflookbollen wil oogsten moet je dat in deze periode doen. Knoflooktenen hebben immers een koudeperiode nodig om een goede bol te kunnen vormen en bovendien een zo lang mogelijke groeiperiode. In de literatuur vind je planttijdstippen van eind augustus tot begin maart. Meestal doen wij het tussen begin oktober en begin december. Als je voor de eerste novemberkoude plant, zit je zeker goed; na februari planten geeft niet altijd het beoogde resultaat (tenzij je kiest voor de variëteit ‘Printanor’ die zoals zijn naam laat vermoeden iets met de lente heeft).
Plant knoflook in goed afwaterende grond want hij heeft een hekel aan nattigheid. Op zware gronden kun je knoflook op een heuveltje telen of werk een ruime hoeveelheid grof organisch materiaal in de bodem. Is de grond al te nat, dan stel je het planten toch beter uit tot na de ergste nattigheid (zoals nu dus).
Tenen van knoflookbollen uit de groenteafdeling zijn niet aan te raden als plantgoed: ze zijn doorgaans gekweekt in landen waar het een pak warmer is dan bij ons. Kies voor variëteiten die bestand zijn tegen onze koude. Het verschil tussen de variëteiten zit hem in de smaak en in de kleur van het vlies dat de bol omhult.

In afwachting van de zomeroogst snipperen we het jonge loof in slaatjes. Die groene sprieten verschijnen al een paar weken na het planten. Het vers groen met een looksmaakje is niet te versmaden en zorgt voor look op het menu tot voorjaarsbloeiende looksoorten als daslook het overnemen. Met het oog op die sprietenoogst kan je ook binnenshuis looktenen planten. Of zet zo een bol eens op een bollenglas (of een bokaal of vaasje).

Het gros van onze look staat tussen de aardbeien. In de literatuur over combinatieteelt wordt steevast beweerd dat aardbeien met look in hun buurt nog aromatischer worden. Een wetenschappelijk experiment is onze moestuin niet. Maar het plantenkoppel doet het nu al een vijftal jaar goed. De aardbeienoogst is zeer aromatisch, overvloedig en langdurig; de look is sterk (!)
Ook tussen andere gewassen bewijst knoflook goede diensten de plant houdt insecten en woelmuizen op een afstand (wat lookafval in de gangen stoppen en ze gaan lopen). Knoflook is ook een beproefd middel tegen luizen op de rozen. Leg ’s ochtends een teentje look in een plantenspuit en besproei daar ’s avonds je rozen mee: de dieren zetten het op een lopen voor de geur.

Wordt vervolgd met (2) Is dat wel gezond? (genezende eigenschappen van look) en (3) Mag het wat meer zijn (andere lekkere Alliumsoorten).

3 Reacties


Reageer