Van twee kanten kwamen ze de ’stokjes’ die Bart en Johan mij toewierpen. Stokjes??? Als bleu onder de bloggers had ik er nog nooit van gehoord. Gelukkig had Bart zijn stok van een handleiding voorzien. Ik citeer.
-
Voor de niet-bloggende medemensen onder u: een ’stokje’ is een pseudo-kettingmail waarin je een aantal vraagjes beantwoord, om vervolgens het geheel door te sturen naar de volgende slachtoffers. Vrijblijvend, vrij nutteloos, goedaardig en bovenal geestig.
Kettingmails? Die verdwijnen hier meestal in de prullenmand. Zelfs als ze een goed doel dienen; mensen die mij verantwoordelijkheid aansmeren voor het lot van een kindje-zonder-oren-en-mama als ik niet dringend al mijn vrienden mailgewijs bedreig, of mails die ermee dreigen de zeven plagen van Egypte over mij te laten nederdalen als ik niet rap vijf euro stort en anderen aanmaan hetzelfde te doen: weg ermee.
Maar dit is dus een kettingmail van een wat ander kaliber. Als bloggen hetzelfde is als op café gaan om met gelijkgestemden te kletsen, dan moeten die stokjes zowat gelijk staan met pakweg een klasreünie: een snelle update van wie, wat, waar en wanneer. Dat moet lukken.
Wat wilde je later worden?
Boerin. Bij die kinderdroom hoorde ook een huisje zoals dat van Jeanne en Wannes op de Plankenstraat: een laag boerderijtje met groene luiken. (Mijn zussen hebben ooit voor de grap groene kartonnen luiken aan ons huis willen hangen)
Tegelijk schreef ik het ene verhaaltje na het andere en maakte er ook tekeningetjes bij. Kinderboekenschrijfster, had ook gekund. En archeoloog natuurlijk.
Wat ben je uiteindelijk geworden?
Ik studeerde Germaanse. Een keuze die niet helemaal uit de lucht kwam vallen na al dat geschrijf. Ik zou journalist worden; Rudi Vranckx was mijn grote held. Letteren en Wijsbegeerte was jammer genoeg niet echt een schrijfschool… En de combinatie van het moederschap en de harde journalistiek ligt ook niet echt voor de hand. Dus werd het achtereenvolgens eindredacteur, redacteur en lichtgewicht-journalist (schrijven over parken, tuinen en plantjes). Nu ik met mijn kruiden ook op de boerenmarkt sta kom ik dicht in de buurt van mijn kinderdroom.
Hoe wilde je er later uitzien?
Ik denk niet dat ik er toen ooit bij stilgestaan heb dat mijn uitzicht maakbaar was. Gezond en energiek misschien. En naturel. Iemand die er op zijn best uitziet in open lucht en zonder al te veel franjes. Ik was in die tijd al een echt Brabants trekmeisje compleet met paardenstaart en fluitend op mijn fiets en zo.
Hoe zie je er nu uit?
Ongeveer zoals ik het me had voorgesteld. Een mama van net geen veertig (maar niet voor lang meer) met een hoge score aan lachrimpels en nog geen enkel (!) grijs haar.
Hoe zag de man van je dromen eruit?
Een vent met zigeunerbloed, pezige handen en armen en een gezicht waar je hout op kan klieven. Hij moest vooral veel humor hebben en wat avontuurlijk en rebels zijn (dat laatste hoeft nu niet meer zo nodig). Een zware motor berijden was een pluspunt. Of lijken op Rudi Vranckx.
En wat is het uiteindelijk geworden?
Een filmjournalist met zigeunerbloed (echt waar!) een jongensachtig gezicht en dichtershanden. Hij heeft humor, is avontuurlijk in het diepst van zijn gedachten en rebels als het erop aan komt. Een motor heeft hij nog niet maar wat niet is kan nog komen.
Hoeveel kinderen wilde je later en op welke leeftijd?
Ik heb altijd een vol nest gewild. De Zweedse jeugdfilm ‘Grootmoeder in de stad’ (8 kinderen) en ons eigen gezin (4 zussen) hebben mij op dat gebied sterk beïnvloed. Rond mijn twintigste wou ik er nog vijf geloof ik; ik kwam van 8.
Wat is het uiteindelijk geworden, of wat zal het wellicht worden?
Vier kinderen: twee jongens, twee meisjes. Een nest dat goed vol zit dus.
Wat was als kind je lievelingseten en wat lustte je totaal niet?
Culinair avontuur was er bij ons niet bij. Ik denk dat ik als kind rode kool of stoemp zou gezegd hebben. Of gewonnen brood.
Salami en spruiten lustte ik absoluut niet. En erwtensoep.En vis met graten.
Lust je dat nu nog (niet), of heb je andere favorieten?
Spruiten worden hier op algemeen verzoek niet klaargemaakt. Anton, de enige die spruiten lust gaat in de spruitjestijd bij oma en opa spruiten eten.
Mijn culinaire horizon is met de jaren enorm uitgebreid. Gelukkig want net als de rest van ons gezin eet ik graag lekker. Mijn favoriet: gerookte vis (een forelleke of zo) met lauwe patatjes en een slaatje met kruidenvinaigrette.
Voila, mijn antwoorden op de vragenlijst. Nu het moeilijkste, aan wie geef ik dit stokje door? Bijna alle blogs die ik regelmatig volg (dat zijn er voorlopig nog niet zo erg veel) zijn de revue al gepasserd. Dus kies ik voor twee mannen die ik af en toe lees en doorgaans erg grappig vind (soms is het erover, ik weet het, maar ik kan daar wel tegen): muggenbeet en aardvarksken. Apporte!



4 Reacties
januari 9, 2008 at 11:57 am
Boerin? Boerin?! En ik die altijd dacht de enige te zijn die die droom als kind had… :)
januari 10, 2008 at 2:00 pm
Hm, een stokje..
ik ben niet zo’n stokjesmens, maar allé, omdat ge ‘t zo lief vraagt zal ik er mijn tanden eens inzetten ..
januari 10, 2008 at 5:25 pm
ik pak het stokje op… in ‘t weekend volgt het antwoord.
januari 10, 2008 at 7:02 pm
oef, ik heb het zoals gezegd niet voor kettingdingen maar deze blijft dan toch rollen. merci