Berg je winterkleren nooit op voor de mei bloeit, zo gaat een Engels gezegde. Bloeiende meidoornhagen mogen er dan al uitzien alsof ze met sneeuw beladen zijn, hun oordeel is definitief: de winter is voorbij
In mei en juni vullen de duizenden kleine witte of rozerode bloempjes de omgeving met hun doordringende, zoete geur. Al sinds mensenheugenis wordt de meidoorn (Crataegus monogyna) in verband gebracht met de overgang van winter naar lente en de vernieuwing in de natuur. De boom speelde dan ook eeuwenlang een rol in allerlei lentefeesten. Op drie mei zagen we de eerste meidoornbloesems van het jaar in onze tuin. Intussen lijkt het wel zomer…
De meidoorn is een telg van de rozenfamilie. Het geslacht Crataegus telt een paar honderd soorten en talloze cultivars.De geslachtsnaam van deze taaie struiken of kleine bomen is afgeleid van het Griekse krataios wat sterk betekent. De planten zijn goed bestand tegen extreme omstandigheden zoals (zee)wind. Ze kunnen met gemak enkele honderden jaren oud worden en laten zich maar moeilijk uitroeien (hoewel het met dit schitterend exemplaar toch gelukt blijkt). Een oude, verwaarloosde meidoornhaag kan je verjongen: zaag ze een dertigtal centimeter boven de grond af en na een paar jaar is de nieuwe haag een feit.
Nog niet zo heel lang geleden waren meidoornhagen een vertrouwd gezicht in ons landschap. Hoewel de meidoorn ook kan uitgroeien tot een mooie solitaire boom, wordt hij bij ons, voor een deel ten onrechte, nog steeds vooral als haag aangeplant. Als boom kan de eenstijlige meidoorn tot acht meter hoog worden; in haagvorm wordt hij doorgaans niet hoger dan vier meter. Streng snoeien kan, maar betekent uiteraard minder bloei en ook minder rode vruchtjes in de herfst. Aan die vruchten doen onder meer spreeuwen, vinken en koperwieken zich tegoed die zo instaan voor de verspreiding van de soort. In de natuur vind je de eenstijlige meidoorn – bloemen met één stijl, vruchten met één pit – in houtwallen, bossen en duinen van Engeland tot Afghanistan. Meidoorns houden niet van droogte, maar stellen voor de rest weinig eisen aan hun standplaats al weten ze wat kalk in de bodem en zon wel waarderen. Een vochtige, zelfs natte plek is geen bezwaar.
Aan de meidoorn worden van oudsher bijzondere krachten toegeschreven. In de kruidengeneeskunde wordt de plant, zowel bladeren, bloemen als bessen, gebruikt als harttonicum. Aan zijn (gemene) doorns dankt de plant zijn reputatie het kwade af te weren. Meidoorntakken werden boven staldeuren gehangen om het vee te beschermen, een meidoorn bij het huis moest de bliksem afleiden. Kelten en Germanen, Grieken en Romeinen vereerden de plant als heilige struik. Vanaf de achttiende eeuw werd de boom net als de meimaand aan Maria gewijd.
Men zegt wel eens: hoe wijder een plant is verspreid, hoe meer volksgeloof er rond een plant hangt. En dat geldt zeker ook voor de meidoorn, waaraan de meest uiteenlopende – en tegenstrijdige – eigenschappen worden toegedicht. In Griekenland en Rome speelde de meidoorn een rol bij huwelijken: men maakte toortsen van het hout en verwerkte de bloemen in kransen. In sommige streken bracht men een meidoorn als liefdesmei naar het mooiste meisje van het dorp; in Zuid-Nederland gaf men door het schenken van een meidoorn met zijn stekelig karakter de ontvangster een flinke veeg uit de pan. In Frankrijk hing men meidoorntakken aan de wieg als geluksbrenger; in Engeland geloofde men daarentegen dat bloeiende meidoorntakken in huis halen dood en verderf zou meebrengen. De geur van de bloemen van de tweestijlige meidoorn zou lijken op die van rottend vlees; de link naar de geur van lijken is dan ook snel gemaakt. Maar de Britse antropoloog Jack Goody geeft in zijn The Culture of Flowers een andere verklaring die misschien wel meer tot de verbeelding spreekt. De meidoorn werd volgens hem in verband gebracht met ‘unregulated love in the fields, rather than conjugal love in the bed’, en die hield je maar beter buitenshuis. De boom was in de middeleeuwen immers een vast onderdeel van de meifeesten, misschien wel een overblijfsel van oude Keltische lenterituelen waarop de jongeren nachts samenkwamen in het bos om bij hun terugkeer een meiboom te planten en de meikoningin te kronen met meibloesems. Menig puritein kloeg erover dat de helft van de meisjes na hun terugkeer uit het bos zwanger waren, zo vermeldt Goody.





1 Reactie
mei 11, 2008 at 7:49 pm
prachtig he.
Vorige winter heb ik onze meidoornhaag een serieuze scheerbeurt gegeven. De bloei is hier bijgevolg beperkt tot een paar solitaire exemplaren. Maar die lijken het tekort bij hun haagburen wel te willen compenseren.